Koel- en verwarmingssystemen zijn vaak primair als men kijkt naar behoefte van comfort, maar zeker ook primair als u let op energieconsumptie. De energierekening staat vaak hoog op de lijst met kostenposten. Het is dan ook interessant om energiekosten te besparen.

Naast het belang van lagere kosten is er een 2de belang bijgekomen: het behoud van de natuur en milieu. Wat vroeger als zweverige “geiten wollen sokken” problematiek werd afgedaan is tegenwoordig een alledaags gespreksonderwerp geworden. De roep naar duurzaamheid neemt alsmaar toe en vraagt ook om tastbare resultaten. Wat in het verleden nog voldoende was: een spaarlamp of conventionele apparatuur te vervangen door hoog rendement apparatuur, is het nu tijd om constructieve aanpassingen te doen aan uw energiesystemen.

Veel van deze energiesystemen gebruiken water als energiedrager. Of het nu de cv ketel thuis is met een aantal radiatorgroepen of complexe WKO systemen in nieuwbouwwijken. De energie wordt getransporteerd met water. Water is ideaal voor dit soort toepassingen, er kan, naar verhouding, veel energie in opgeslagen worden en blijft tussen 0 en 100°C vloeibaar. U hoeft de kraan maar te openen en u heeft de beschikking over grote hoeveelheden tegen een lage prijs.

Maar wat als ik dit water in mijn installatie stop?

Iedereen weet dat boten beschermd moeten worden tegen het water. Voor veel specialisten is het gebruikelijk dat een koelmachine of dakventilator aan de kust gecoat moet worden. Toch wordt er in de installatietechniek weinig gelet op bestendigheid van installatie-onderdelen tegen water.

Waarom zou ik mijn installatiewater goed beheren?

  • het verlengt de levensduur van alle apparatuur, componenten en materialen;
  • het verkleint de kans op storingen en uitval van de installatie;
  • het zorgt voor een optimaal rendement, productiviteit en efficiëntie van de installatie.

Wij van Avf Water hebben door de jaren heen veel ervaring verkregen met het op peil houden van installatiewater. Systemen worden steeds complexer en energiemonitoring maakt rendementen inzichtelijk. De roep naar optimalisatie en verbetering wordt steeds groter. Het conditioneren van het installatiewater is de eerste stap naar een verduurzaming van de koel- en/of verwarmingsinstallaties.

Onze filosofie is gebaseerd op de volgende gedachten:

  • Zorg dat vervuiling direct wordt afgevoerd;
  • Voorkom corrosie;
  • Voorkom biologische activiteit;
  • Implementeer goede monitoring.

Hoe gaan wij te werk en welke middelen zijn daar voor nodig.

1. Filtratie:

Een filter is nog steeds de basis van een goede waterbehandeling. Alle installaties waar een vloeistof door de leidingen stroomt kunnen op den duur last krijgen van vervuiling.

  • losse vuildeeltjes als gevolg van slijtage;
  • vuil dat ontstaat door kalkafzettingen of corrosie producten;
  • lekkages of ander calamiteiten als gevolg van ophoping.

Naast het wegnemen van schadelijke vervuiling is het ook een middel om de kwaliteit van het systeem in de gaten te houden. Uit de analyse van het filterresidu kan je zien of er actieve corrosie gaande is.

2. Ontgassing:

Zuurstof is een belangrijke veroorzaker van problemen in installaties. Een van de eigenschappen van water is dat het gas op kan lossen. Vissen hebben immers zuurstof nodig om te kunnen leven. Het is vastgesteld dat er een relatie bestaat tussen de druk, temperatuur en oplosbaarheid van gas in water. Eenvoudig kan men stellen dat er meer gas wordt opgelost naar mate de temperatuur afneemt en de druk toeneemt.

Het feit dat water in een gesloten installatie zit wil niet zeggen dat de natuurkundige wetten niet meer van toepassing zijn. Uit de praktijk blijkt dat geen enkele installatie 100% dicht is. Sterker nog, het ligt aan de basis van veel problemen. In gesloten systemen variëren temperatuur en druk constant, waardoor zuurstof makkelijk kan binnen dringen.

Zuurstofdiffusie!

Elke verbinding, pakking, ontluchtingsvoorziening of koppeling is een potentiële bron voor zuurstof toetreding. Ons advies is dan ook een installatie te ontwerpen met zo weinig mogelijk verbindingen en toepassing van ontluchtingstoestellen zoveel mogelijk te vermijden. Het is noodzakelijk de installatie te voorzien van een automatische ontgassings- en drukbehoud installatie.

Ideaal is dat het apparaat wordt uitgevoerd met 4 functies namelijk:

  • ontgassing van installatie- en suppletiewater;
  • drukbehoud van de koel- en of verwarmingsinstallatie;
  • expansie van de koel- en of verwarmingsinstallatie;
  • suppletie bij verlies van installatiewater.

Adiabatische ontgassing.

Uit het verhaal heeft u op kunnen maken dat er minder gas opgelost kan worden naarmate de druk verlaagd wordt. Denk daarbij aan het open van een fles frisdrank. Na openen ontstaan er koolzuurbellen in de vloeistof. Door het openen van de dop ontsnapt er druk uit de fles, waardoor het verzadigingspunt van de oplossing wordt verlaagd. Het overtollige gas komt vrij. Dit heet adiabatische ontgassing.

Het procedé is eenvoudig toe te passen om installatiewater te ontdoen van zuurstof.

Een deelstroom van het installatiewater wordt uit de installatie gehaald en vervolgens drukloos gemaakt. Door de drukverlaging ontstaat er expansie waardoor opgenomen gassen (voornamelijk zuurstof) uit de vloeistof treden. Het ontgaste installatiewater wordt teruggebracht in het systeem. Door het cyclisch te herhalen zal vrijwel alle zuurstof uit de installatie verwijderd worden.

Expansie.

Als gevolg van temperatuur veranderen vloeistoffen van volume. Het is gebruikelijk dat deze expansie wordt opgevangen met drukvaten. Deze drukvaten zijn voorzien van een membraan om de systeemdruk stabiel te houden ten tijde van opwarming of afkoeling. Het membraan veroorzaakt echter zuurstofdiffusie. Om dit te beperken berekenen wij het voorraadvat voor de ontgassing op grootte van de expansie gebaseerd op de totale vloeistofinhoud van de installatie.

Suppletie.

Het is ondenkbaar dat een installatie gedurende zijn levensloop niet hoeft te worden bijgevuld. Vewin beschrijft zelfs dat een lekverlies van 5% op te totale inhoud binnen de richtlijnen van goed houderschap vallen.

Op een installatie met een inhoud van 20m3 is dat nog steeds 1m3 water. In dit water zitten gassen en andere verontreinigingen die de installatie kunnen destabiliseren.

Het is zaak dat alle aanwezige gassen uit de vloeistof worden onttrokken voor het water in de installatie wordt gebracht, daarom is het raadzaam om het suppletiewater eerst te ontgassen, waardoor zuurstoftoetreding wordt voorkomen.

Drukbehoud.

Het is al eerder genoemd dat drukschommelingen zoveel mogelijk te beperkt moeten worden. Het is van belang om de systeemdruk constant te houden. Door veel functies te verenigingen in één installatie voorkom je dat complexe sturingen moeten worden aangelegd om tot een stabiele drukhiërarchie te komen in de installatie.

Kort samengevat met de 4 geïntegreerde functies voorkom je:

  • hoge investeringen voor ontluchtingsvoorzieningen;
  • faalkosten als gevolg van zuurstofcorrosie;
  • complexe regelingen;
  • dood (stilstaand) water.

3. Additieven:

Ondanks alle inspanningen om het installatiewater optimaal te krijgen ontkomt u er niet aan om actieve corrosie bescherming te implementeren. De bescherming kan u realiseren door additieven toe te voegen aan het systeemwater.

In onze middelen zitten de volgende bestanddelen:

  • zuurgraad – alkaliserende werking om pH te corrigeren en te bufferen;
  • inhibitoren – voor het beschermen van metaal oppervlakken;
  • biocides – voor de bescherming tegen biologische aantasting;
  • kalkbinders – voor de bescherming tegen rendementsverliezen door kalkafzettingen.

Gelet op milieu en natuur trachten wij om het toevoegen van synthetische middelen tot een minimum te beperken.

4. Onderhoud en beheer:

Wij hebben u zojuist ons preventie concept gepresenteerd het concept bestande uit de volgende componenten:

  • deelstroomfiltratie voor het afvoeren van ontstaan vuil;
  • ontgassing ter voorkoming van zuurstofcorrosie;
  • drukbehoud ter voorkoming van cavitatie en luchtintreding;
  • chemische waterbehandeling voor optimalisatie van efficiëntie.

Toch blijft het noodzakelijk om deze systemen en middelen te controleren op goede werking, zodat er correctieve maatregelen genomen kunnen worden als de installatie niet binnen de gestelde parameters blijkt te functioneren denk daarbij aan de volgende punten:

  • het opstarten / up-to-date houden van een logboek welke is ingevuld met systeem specificaties, chemische wateranalyse, suppletielog , waterbehandelingsprogramma en specifieke installatiekenmerken;
  • chemische – en biologische (nul)analyse van het suppletie- en systeemwater uitgevoerd door waterspecialist;
  • trending van conditie en veranderingen van het systeemwater;
  • de controle op de werking van de waterbehandelingsapparatuur.

Uitgangspunten zijn:

  • minimalisatie van vervuiling;
  • minimalisatie van biologische activiteit;
  • effectief gebruik van de waterbehandelingsapparatuur;
  • efficiënt gebruik van suppletiewater.

Informeer naar onze oplossing en wij bespreken met u welke mogelijkheden u heeft om de kwaliteit en rendement van de installatie te verbeteren.